Omvang en verplichtingen
Micro, klein, middelgroot of groot: welke jaarrekening past bij uw onderneming?
Voor rechtspersonen waarop Titel 9 van Boek 2 BW van toepassing is, wordt de bedrijfsklasse bepaald aan de hand van drie criteria. Het gaat om de waarde van de activa, de netto-omzet en het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar. De hieronder genoemde bedragen gelden voor boekjaren die op of na 1 januari 2024 beginnen; eerdere toepassing op boekjaar 2023 was toegestaan.
Grenswaarden per criterium — beoordeel steeds minstens twee van de drie| Categorie | Activa | Netto-omzet | Gemiddeld aantal werknemers |
|---|
| Micro | Maximaal € 450.000 | Maximaal € 900.000 | Minder dan 10 |
|---|
| Klein | Maximaal € 7,5 miljoen | Maximaal € 15 miljoen | Minder dan 50 |
|---|
| Middelgroot | Maximaal € 25 miljoen | Maximaal € 50 miljoen | Minder dan 250 |
|---|
| Groot | Meer dan € 25 miljoen | Meer dan € 50 miljoen | 250 of meer |
|---|
De grenzen voor klein en middelgroot zijn bovengrenzen. Een onderneming wordt eerst getoetst aan de kleinste passende categorie. Voor groot wordt beoordeeld of zij aan ten minste twee criteria voor middelgroot niet meer voldoet. De drie cijfers hoeven dus niet allemaal binnen dezelfde rij te vallen.
Een uitschieter in één jaar verandert niet altijd de categorie
In beginsel zijn twee opeenvolgende balansdata bepalend voor een wijziging van het regime. Voor de eerste boekjaren gelden bijzondere regels. Ook moeten in veel gevallen groepsgegevens worden meegeteld, zelfs wanneer de eigen holding weinig omzet heeft. Wij beoordelen de rechtsvorm, groepsstructuur en eventuele vrijstellingen voordat wij de categorie vaststellen.
Stel dat een onderneming in twee opeenvolgende jaren € 6 miljoen aan activa, € 18 miljoen netto-omzet en gemiddeld 42 werknemers heeft. Zij voldoet aan twee grenzen voor klein: activa en werknemers. De hogere omzet alleen maakt haar dan niet middelgroot, uitgaande van het algemene regime en zonder andere bijzonderheden.
De publicatieversie is niet de volledige jaarrekening
Micro en klein kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van vereenvoudigingen en beperkte publicatie. Middelgrote en grote rechtspersonen kennen uitgebreidere eisen en in beginsel een wettelijke accountantscontrole. Bijzondere sectorregels, groepsvrijstellingen of eisen van een financier kunnen de uitkomst wijzigen. Een kleinere publicatieversie betekent voor ons daarom niet dat de onderliggende cijfers minder zorgvuldig hoeven te worden uitgewerkt.
Wij stellen de jaarrekening en benodigde specificaties op, bepalen de passende publicatiestukken en verzorgen de deponering. Wanneer externe accountantscontrole nodig is, kunnen wij ook het dossier voorbereiden en afstemmen met de accountant die de controle uitvoert.
Voor een bv lopen opmaken, vaststellen en publiceren niet gelijk
Het bestuur maakt de jaarrekening in beginsel binnen vijf maanden na het einde van het boekjaar op. De AvA kan deze termijn wegens bijzondere omstandigheden met maximaal vijf maanden verlengen. Na vaststelling volgt deponering binnen acht dagen. Als de jaarrekening niet binnen twee maanden na afloop van de geldende opmaaktermijn is vastgesteld, moet het bestuur de opgemaakte, nog niet vastgestelde jaarrekening onverwijld openbaar maken. Daarbij blijft de uiterste publicatiegrens van twaalf maanden na het boekjaar gelden.
Zijn alle aandeelhouders ook bestuurder, dan kan ondertekening onder de wettelijke voorwaarden direct als vaststelling gelden. De statuten en de positie van andere vergadergerechtigden kunnen daarbij van belang zijn. Er komen dan niet vanzelf nog twee maanden voor vaststelling bij. Wij bepalen de planning daarom per vennootschap en verzorgen waar nodig de AvA-notulen, publicatiestukken en deponering. De cliënt levert de benodigde stukken tijdig, volledig en correct aan.
Grondslag: Boek 2 BW, artikelen 395a, 396 en 397 en KVK: inhoud van de jaarrekening.